|
|
Roger Federer is de ideale nummer 1
26-06-2008, 18:12
Van 's werelds beste tennissers ooit is Roger Federer waarschijnlijk de allergrootste, maar zeker de meest atletische, virtuoze, toegankelijke, onberispelijke en idealistische. Een portret.
Sinds de introductie van de ATP-ranglijst in 1973 zijn 23 mannen de beste tennisser van de wereld geweest. Van hen is Roger Federer waarschijnlijk de allergrootste, maar zeker de meest atletische, virtuoze, toegankelijke, onberispelijke en samen met André Agassi, de meest idealistische. Al zal de roddelpers daar misschien anders over denken, de 25-jarige Zwitser is kortweg de ideale nummer één.
Acht jaar geleden is het dat een zeventienjarig joch uit Zwitserland zich meldde in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy. Zijn zwarte, deels geblondeerde kapsel viel op, maar verder was hij bij de kwalificaties van het ABN-AMRO-toernooi één van de vele anonymi in de catacomben. Onophoudelijk jonglerend met racket en balletje en zo te zien eeuwig gekleed in trainingspak en tennisschoenen, wachtte Roger Federer, op dat moment slechts de nummer 178 van de wereld, daar op zijn beurt om de baan op te gaan. In zijn eentje, stilletjes, maar vastberaden. Een week later al wisten de tennisliefhebbers genoeg. Federer had zich gekwalificeerd op de bijbanen, in het hoofdtoernooi van de ervaren prof Guillaume Raoux en Bohdan Ulihrach gewonnen en in de kwartfinale op het centercourt bijna ook in drie sets de mondiale nummer twee, Yevgeny Kafelnikov, geklopt. Toernooidirecteur Wim Buitendijk, die ex-junior Federer dat jaar een wildcard voor de kwalificaties had gegeven, had het goed gezien. Die wat stille puber uit Zwitserland was een groot talent met een werkelijk uitzonderlijk balgevoel en prachtig voetenwerk.
Transformatie
Anno 2007, in zijn tiende seizoen als bezoldigd tennisser, loopt Federer er tegenwoordig heel anders bij. Na zijn waterstofperoxidekapsel koesterde hij nog geruime tijd een paardenstaart (boven het gebruikelijke zwarte T-shirt, matgroene legerjack en de gekreukte spijkerbroek). Maar sinds een jaar of twee gaat hij geregeld naar de kapper en heeft hij ook de dure maatpakken met zijden stropdas ontdekt. Prada-regenjassen van dik duizend dollar, Brioni-hemden van ruim tweehonderd dollar, zelfs een buitenissige zijden pyjama á 1.300 dollar – alsof hij niets anders meer draagt, zo gaat hij ermee op de foto voor een sophisticated magazine als Vogue. Uiterlijk heeft Federer een enorme transformatie ondergaan, maar diep van binnen zal hij niet veel veranderd zijn in die tien jaar dat hij nu proftennis speelt. Natuurlijk is hij sinds ruim drie jaar de onbetwiste nummer één van het mannencircuit, maar waar vermaarde voorgangers daardoor in hun (privé-)leven danig de weg kwijtraakten, is de Zwitser zichzelf gebleven. Vastberaden, gedisciplineerd en volledig toegewijd aan zijn sport. Alsof dat heel gewoon is.
Aangeschoten wild
Nummers één zoals Ilie Nastase, Björn Borg, John McEnroe en vooral Boris Becker (in Federers nog jongere jaren nota bene zijn idool, samen met Stefan Edberg) maakten een zooitje van hun huwelijkse staat. Zij gingen aan de drugs, waardoor zij (in het geval van Becker) ernstige slaapstoornissen kregen of zelfs in het ziekenhuis belandden (Borg, na een vermeende zelfmoordpoging). Zij vervreemdden zich op ergerlijke wijze van de coaches die hen groot maakten. Zij waren jarenlang aangeschoten wild voor de paparazzi. En zij kampten jarenlang met financiële/fiscale problemen. Nog een paar voorbeelden van hoe het niet moet: Lleyton Hewitt, een andere ex-nummer één, ligt al zijn hele bestaan als topper overhoop met de Australische media. André Agassi: kampte met motivatieproblemen en scheidde van zijn eerste vrouw, actrice Brooke Shields, die hij te kort had gehouden. Gustavo Kuerten: overbelastte zijn heupen, moest meer dan eens worden geopereerd en is nog steeds niet hersteld. Juan Carlos Ferrero: vertrouwde te veel op zijn oude spel, ontwikkelde zich niet en viel ver terug. Marcelo Rios: volstrekt onhandelbaar enfant terrible. Zelfs op min of meer 'saaie' voormalige toppers zoals Ivan Lendl, Mats Wilander, Stefan Edberg, Patrick Rafter en Pete Sampras valt wat aan te merken. Eenmaal het proftennis zat, sloten zij zich als kluizenaars op in de huiselijke kring. De buitenwereld kon hen, de één vanzelfsprekend langer dan de ander, gesloten worden.
Oprechte belangstelling
Federer daarentegen is al sinds de Olympische Spelen van Sydney in 2000 samen met zijn Mirka (tevens zijn pr-manager). Hij heeft al zijn controles op doping en genotmiddelen glansrijk doorstaan en is bij geen enkele rel betrokken geweest. Hij praat louter positief over zijn vroegere coaches (onder wie de verongelukte Australiër Peter Carter, zijn ontdekker). Op de baan ontwikkelt hij zich nog steeds (vooral zijn backhand). En voor zijn zaken verlaat hij zich onveranderd, voor een belangrijk deel, op zijn behoedzame ouders, moeder Lynette en vader Robert. Oké, een typische Nederlandse kritische noot dan: hij heeft intussen een half dozijn peperdure auto's in zijn garage staan – onder meer een Aston Martin en die limousines van Mercedes. Maar Federer is, dat moet gezegd, ondanks alle media-aandacht, ondanks alle onvermijdelijke op de loer liggende groupies en gehaaide managers, en ondanks zijn nog steeds binnenstromende miljoenen wel degelijk een aardige man gebleven, met veel oprechte belangstelling en (financiële) steun voor de wereld om zich heen. Hij is, met andere woorden, toch echt de ideale nummer één, de beste die het tennis zich kan wensen.
Hoeder
Sinds hij nummer één op 2 februari 2004 en dat bleef, nu al zo lang dat hij daarin uniek is, trad Roger Federer alleen maar nog meer in de openbaarheid als iemand die verder kijkt dan zijn tennisracket lang is. Hij wierp zich bijvoorbeeld ook nadrukkelijk op als hoeder van zijn edele tennissport. Als een liefhebber van het klassieke partijformaat, waarin als het aan hem ligt geen plaats is voor de nieuwerwetse umpire Hawk-Eye. En ook als de spreekbuis van zijn collega's, in een tijd dat de machtigste bondbestuurders experimenteren met toernooienkalender en wedstrijdvorm, in een wanhopige poging in het digitale tijdperk de royale kijkcijfers en sponsoring van weleer terug te krijgen. Overal waar Federer speelt, is hij de media gedienstig en niet alleen hen. Kortgeleden werd er door de Zwitserse TPG een postzegel met zijn beeltenis in omloop gebracht als blijk van dank voor het promoten van Zwitserland in de wereld. De enige, levende Zwitser is hij daarmee. En bij Zwitserland houdt hij bij lange na niet op voor deze zoon van een Zuid-Afrikaanse, die trouwde met haar Zwitserse collega van hetzelfde farmaceutische bedrijf.
Oog voor realiteit
In 2003 richtte hij zijn eigen liefdadigheidsstichting op, de Roger Federer Foundation, waarmee hij een dertigtal kansarme, zwarte kinderen in het Zuid-Afrikaanse Port Elizabeth aan goed onderwijs, dito voeding en derhalve een betere toekomst helpt. Twee jaar later haalde Federer geld op voor de slachtoffers van de ramp met de tsunami in Azië. En in 2006 werd hij, in navolging van wereldberoemde types zoals Bill Clinton, David Beckham en Claudia Schiffer, ambassadeur van Unicef. Waarvoor hij de wereld afreist om aandacht te vestigen op het kolossale aids-probleem, vooral onder kinderen, van wie er, zo heeft hij inmiddels begrepen, ergens op de wereld elke minuut wel één sterft aan deze immuniteitsziekte. Ook bij deze nevenactiviteiten toont Federer zich, net als op de tennisbaan, een man met een goed oog voor de realiteit. En een goed oog voor wat in moeilijke omstandigheden toch nog mogelijk is. "Zelf ben ik zo gelukkig geweest om vanaf mijn zesde jaar lekker te kunnen tennissen, met alle bekende gevolgen van dien", aldus de Zwitser, die onlangs de grens van dertig miljoen dollar aan officieel prijzengeld passeerde. "Nu ik proftennisser ben, heb ik een unieke kans. Het is mijn verantwoordelijkheid en die van mijn collega's om open te staan voor de echte wereld. Om onze rijkdom te gebruiken, om hen die het 't hardst nodig hebben verder te helpen. Alle kinderen hebben het recht op een kans om iets te maken van hun leven."
Zondagskind
In China, zo leerde Federer eind 2005 bij de Masters Cup in Sjanghai, is acht een geluksgetal. En hij is geboren op de achtste dag van de achtste maand in 1981, om even na acht uur in de ochtend. Maar vanzelfsprekend realiseert de Zwitser zich al veel langer dat hij een enorm zondagskind is. Dat besef helpt hem al jaren op de baan, waar hij aanvankelijk worstelde met een onstuimig temperament, en het stimuleert hem ook buiten de baan. Federer wil meer zijn dan een uitermate succesvol sportman, die als hij stopt na de Olympische Spelen van Londen in 2012 heel goed de beste tennisser aller tijden zou kunnen zijn. Federer wil ook in het echte leven nu al het verschil maken. Niet langer stilletjes, maar nog steeds wel zeer vastberaden.
|